ECLI:NL:RBMAA:2003:AN9482
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Verdeling gemeenschap en verkoop woning na beëindiging samenwoning
De rechtbank Maastricht behandelde een geschil tussen partijen over de verdeling van hun gemeenschap na beëindiging van hun samenwoning. Partijen konden geen overeenstemming bereiken over de verdeling van de inboedel en de woning. De auto werd toegekend aan de vrouw, die de man de helft van de actuele waarde moest vergoeden.
De inboedel werd kris-kras verdeeld met zorg dat beide partijen een ongeveer gelijke waarde ontvingen. De man werd veroordeeld om na verrekening een bedrag van €17.729,46 aan de vrouw te betalen, bestaande uit bedragen uit hoofde van het samenlevingscontract, spaargelden en teveel gedane aflossingen.
De woning kon niet aan de man worden toegewezen omdat hij deze niet kon of wilde overnemen en geen serieuze verkooppoging had gedaan. De rechtbank machtigde de vrouw tot onderhandse verkoop binnen drie maanden onder strikte voorwaarden, waaronder een minimale koopprijs gelijk aan de hypothecaire schuld en een leveringstermijn van zes maanden na koop.
De zaak werd aangehouden voor een comparitie waarin partijen de verkoopopbrengst en hypothecaire schuld zullen melden, waarna de rechtbank definitief zal beslissen over de verdeling van de woning. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verdeelt de gemeenschap, veroordeelt de man tot betaling aan de vrouw en machtigt de vrouw tot verkoop van de woning.