ECLI:NL:RBMAA:2003:AN9679
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geschil over betaling en meerwerk bij aannemingsovereenkomst verbouwing woonhuis
Partijen sloten op 24 november 2000 een aannemingsovereenkomst voor verbouwingswerkzaamheden aan een woonhuis tegen een vaste prijs met een stelpost voor tegels en dakkapel. Op 11 april 2001 verliet de aannemer de bouwplaats, stellende dat de opdrachtgever slechts wilde betalen zonder BTW en dat betaling werd geweigerd. De aannemer stuurde vervolgens een eindfactuur van f 9.287,95 inclusief BTW voor nog niet gedeclareerde werkzaamheden en vorderde daarnaast vergoeding voor nieuw gereedschap.
De opdrachtgevers betwisten de vordering en stellen dat de aannemer het werk heeft verlaten zonder nakoming van zijn verplichtingen, mede nadat zij een betalingsgarantie moesten afgeven voor door de aannemer bestelde materialen. Zij schakelden derden in om de bouw af te ronden en vorderen vervangende schadevergoeding wegens niet-nakoming.
De rechtbank oordeelt dat er sprake is van meerwerk dat niet in het oorspronkelijke contract was begrepen en dat de opdrachtgevers dit deels erkennen. De vordering van de aannemer voor meerwerk is daarom deels toewijsbaar. De vordering voor de aanschaf van nieuw gereedschap wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs en onduidelijkheid over de factuur. De reconventionele vordering tot vervangende schadevergoeding wordt afgewezen omdat niet is voldaan aan de vereiste omzettingsverklaring.
De rechtbank stelt partijen in de gelegenheid om nadere stukken in te dienen over de omvang van het meerwerk en de openstaande posten en houdt verdere beslissing aan tot de rolzitting van 7 januari 2004.
Uitkomst: De rechtbank houdt de zaak aan en stelt partijen in de gelegenheid nadere stukken in te dienen over meerwerk en openstaande posten.