ECLI:NL:RBMAA:2003:AN9895
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid erfgenamen in vordering tegen executeur inzake nalatenschap
Op 14 juni 2000 overleed mevrouw [naam overledene], die bij testament haar zoon en kleinzoon tot erfgenamen benoemde. De zoon overleed op 6 november 2000, waarna eisers als zijn erfgenamen zijn opgetreden. Tot de nalatenschap behoort een verplichting tot levering van een woning, waarvan de koopprijs door de zoon is voldaan.
Eisers vorderden levering van de woning, maar de rechtbank oordeelde dat zij niet zonder medewerking van de benoemde executeur of machtiging van de kantonrechter over de goederen van de nalatenschap kunnen beschikken. De executeur heeft zijn benoeming aanvaard, zodat eisers niet om hem heen kunnen.
De rechtbank verklaarde de eisers niet-ontvankelijk in hun vordering en bepaalde dat iedere partij haar eigen proceskosten draagt, gelet op de aard van de vordering en de relatie tussen partijen.
Uitkomst: Eisers worden niet-ontvankelijk verklaard in hun vordering tot levering vanwege de rol van de executeur.