ECLI:NL:RBMAA:2003:AO1050
Rechtbank Maastricht
- Raadkamer
- A.M.A. Eijck
- E.W.A. van den Berg
- M.J.M. Goessen
- Rechtspraak.nl
Beslissing op hoger beroep inbewaringstelling wegens ernstige bezwaren en vrees voor herhaling
Op 24 november 2003 wees de rechter-commissaris de vordering tot inbewaringstelling van verdachte af vanwege het ontbreken van ernstige bezwaren. De officier van justitie stelde hiertegen op 1 december 2003 hoger beroep in en vorderde vernietiging van deze beschikking.
De raadkamer heeft op 4 december 2003 de officier van justitie en de raadsman van verdachte gehoord, waarbij verdachte zelf niet verscheen. De raadkamer oordeelde dat er wel ernstige bezwaren tegen verdachte bestaan en daarnaast vrees voor herhaling is, gelet op het gebrek aan normbesef van verdachte.
De rechtbank overwoog dat de rechter-commissaris gebonden is aan de vordering van de officier van justitie en niet zelfstandig feiten mag kwalificeren. Het hoger beroep biedt echter ruimte om misslagen te corrigeren en de vordering te wijzigen. De raadkamer besloot daarom ex nunc te oordelen op basis van het beschikbare dossier en de gewijzigde vordering, en beveelt de inbewaringstelling van verdachte.
Deze beschikking is op 8 december 2003 gewezen door de raadkamer van de rechtbank Maastricht.
Uitkomst: De raadkamer beveelt de inbewaringstelling van verdachte wegens ernstige bezwaren en vrees voor herhaling.