ECLI:NL:RBMAA:2003:AO1403
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke gebiedsontzeggingen wegens overtreding APV niet in alle gevallen rechtsgeldig
De Rechtbank Maastricht behandelde vier beroepen tegen besluiten tot gebiedsontzegging opgelegd aan eiser wegens overtredingen van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van Heerlen. De ontzeggingen betroffen onder meer hinderlijk gedrag en hinderlijk drankgebruik in een aangewezen gebied.
De rechtbank oordeelde dat twee van de gebiedsontzeggingen (van 6 en 8 juni 2002) door onbevoegden waren genomen, omdat het mandaatbesluit niet correct was gepubliceerd en daardoor niet in werking was getreden. Deze besluiten werden vernietigd. De ontzeggingen van 26 maart en 22 mei 2002 waren wel bevoegd genomen, maar de ontzegging van 22 mei 2002 werd vernietigd wegens onvoldoende concrete en deugdelijke motivering van het gedrag waarop de maatregel was gebaseerd.
De rechtbank overwoog dat de gebiedsontzeggingen een inbreuk op het recht op bewegingsvrijheid vormen, maar dat deze inbreuk geoorloofd is indien zij een wettelijke basis hebben, voldoende kenbaar zijn en proportioneel worden toegepast. De ontzegging van 26 maart 2002 voldeed hieraan. Verder werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierechten en proceskosten aan eiser. De rechtbank wees ook op de mogelijkheid van voorlopige voorziening bij de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt drie van de vier gebiedsontzeggingen wegens onbevoegdheid en onvoldoende motivering, en bevestigt één ontzegging als gegrond en proportioneel.