Uitspraak
gevestigd te Amsterdam,
eiseres,
procureur mr. T.J.M. Oostdijk;
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde,
procureur mr. E.H.J.M. Rutten.
Rechtbank Maastricht
ING Bank heeft [gedaagde], als borg voor City Hotel Heerlen BV, aangesproken voor betaling van € 90.756,04 wegens niet-nakoming na faillissement van de hoofdschuldenaar. De borgstelling was gesteld tot maximaal f 200.000,-.
[gedaagde] betwistte de hoogte van de vordering en stelde dat ING onzorgvuldig en onrechtmatig had gehandeld door een pandakte niet tijdig te registreren, waardoor geen pandrecht ontstond en hij onnodig als borg werd aangesproken. De rechtbank oordeelde dat ING voldoende bewijs had geleverd van de vordering en dat de borgstelling geldig was. De stelling dat ING eerst andere zekerheden moest aanspreken faalde omdat er geen andere uitwinbare zekerheden waren.
Hoewel ING de pandakte niet tijdig registreerde, leidde dit niet tot uitsluiting van haar vordering tegen de borg. De rechtbank vond dat ING niet onredelijk had gehandeld en dat de borg zich niet kon beroepen op de niet-registratie. De vordering van ING werd toegewezen, inclusief wettelijke rente en kosten.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de borg tot betaling van € 90.756,04 plus wettelijke rente en kosten.