ECLI:NL:RBMAA:2004:AO3061
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.C. Casparie
- Rechtspraak.nl
Verrekening na ontbinding huwelijk met uitsluiting gemeenschap van goederen en Amsterdams verrekenbeding
Partijen zijn gehuwd onder uitsluiting van gemeenschap van goederen met een Amsterdams verrekenbeding. Na ontbinding van hun huwelijk in 1998 zijn zij blijven samenwonen alsof zij gehuwd waren, maar besloten vier jaar later definitief uit elkaar te gaan. De vrouw vorderde onder meer een deskundigenonderzoek naar de waarde van de ondernemingen van de man en een herziening van de verrekening van de huwelijkse voorwaarden.
De man verweerde zich door te stellen dat de partijen met de convenanten van 1998 en 2002 een volledige en evenwichtige verrekening hadden getroffen en dat de huwelijkse voorwaarden na ontbinding van het huwelijk waren komen te vervallen. De rechtbank overwoog dat de huwelijkse voorwaarden hun kracht verloren bij inschrijving van de echtscheiding in 1999 en dat partijen de regeling van 1998 slechts gedeeltelijk hadden uitgevoerd, maar dat dit niet leidde tot een nieuwe verrekening.
De rechtbank wees de vorderingen van de vrouw af, omdat zij onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij benadeeld was en omdat de positieve ontwikkeling van de ondernemingen na 1999 niet tot verrekening kon leiden. Ook haar stelling dat zij recht had op vergoeding voor haar arbeidsinspanningen in de onderneming van de man werd verworpen op grond van jurisprudentie van de Hoge Raad. De kosten van het geding werden gecompenseerd.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van de vrouw af en compenseert de kosten, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.