ECLI:NL:RBMAA:2004:AO3067
Rechtbank Maastricht
- Kort geding
- J.C. Casparie
- Rechtspraak.nl
Toewijzing afgifte minderjarig kind aan moeder met eenhoofdig gezag in kort geding
Partijen hadden een langdurige relatie waaruit een minderjarige zoon is geboren. De moeder oefent eenhoofdig gezag uit. Na beëindiging van de relatie is een voorlopige omgangsregeling getroffen waarbij het kind door de week bij de vader verbleef en in het weekend bij de moeder.
De vader verzocht de rechtbank om hem het gezag toe te kennen en de hoofdverblijfplaats van het kind bij hem te laten zijn, stellende dat de moeder het kind niet naar behoren verzorgt. De moeder vorderde in kort geding dat het kind aan haar wordt afgegeven, met dwangsom en inzet van de sterke arm.
De voorzieningenrechter oordeelde dat op grond van de wet het kind bij de gezaghebbende ouder, de moeder, moet verblijven tenzij bijzondere omstandigheden worden vastgesteld. De door partijen gemaakte omgangsregeling strookt niet met de wettelijke verplichtingen van de gezaghebbende ouder en kan slechts gedoogd worden indien vaststaat dat de moeder haar plichten ernstig verzaakt, wat niet is aangetoond.
De vordering van de moeder tot afgifte van het kind wordt toegewezen, met een dwangsom van maximaal € 25.000 en machtiging tot inzet van de sterke arm. Partijen wordt geadviseerd een omgangsregeling te treffen tot de bodemprocedure een definitieve beslissing neemt.
Uitkomst: De vader wordt bevolen het kind aan de moeder af te geven met dwangsom en inzet van de sterke arm.