ECLI:NL:RBMAA:2004:AO9277
Rechtbank Maastricht
- Voorlopige voorziening
- E.J.H.G. van Binnebeke
- H.J.O. Martens
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek voorlopige voorziening tegen weigering dispensatie algemeen verbindend verklaring SOOB-CAO
De CAO-partijen hebben bij de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (verweerder) een verzoek ingediend tot registratie en algemeen verbindend verklaring van de SOOB-CAO voor de periode 2003-2008. Belanghebbende en andere transportondernemingen verzochten om dispensatie van deze algemeen verbindend verklaring, omdat zij onderhandelden over eigen bedrijfsfonds-CAO’s. Verweerder weigerde dispensatie te verlenen omdat er geen rechtsgeldige bedrijfs-CAO’s bestonden.
Verzoekster heeft vervolgens bij de rechtbank Maastricht een voorlopige voorziening gevraagd tegen deze weigering. De voorzieningenrechter oordeelde dat het besluit tot algemeen verbindend verklaring een algemeen verbindend voorschrift is en geen primair besluit bevat waartegen bezwaar of beroep mogelijk is. Omdat er geen rechtsgeldige bedrijfs-CAO bestond, kon dispensatie niet worden verleend en was er geen besluit geweigerd.
De voorzieningenrechter concludeerde dat het verzoek om voorlopige voorziening niet ontvankelijk is, omdat er geen besluit is genomen dat vatbaar is voor bezwaar of beroep. Het verzoek werd daarom afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het niet verlenen van dispensatie van de algemeen verbindend verklaring van de SOOB-CAO is niet ontvankelijk verklaard.