ECLI:NL:RBMAA:2004:AP4447
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.A.H. Verheezen
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid Nederlandse rechter bij geschil over kennelijk onredelijk ontslag en arbeidsvoorwaarden
In deze zaak vordert eiser herstel van zijn dienstbetrekking bij Rubber Resources B.V. en betaling van salaris en secundaire arbeidsvoorwaarden bij Re-Tyre N.V., alsmede subsidiair een schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag. Rubber Resources voert verweer tegen de vordering, terwijl Re-Tyre incidenteel onbevoegdheid van de Nederlandse rechter betwist op grond van EG-verordening 44/2001.
De rechtbank onderzoekt de toepasselijkheid van artikel 19 van Pro de verordening, dat bepaalt dat een werkgever alleen voor de rechter van de lidstaat waar hij woonplaats heeft kan worden gedagvaard, tenzij de werknemer gewoonlijk werkt in een andere lidstaat. Eiser heeft werkzaamheden verricht in België, niet in Nederland, en Re-Tyre is gevestigd in België. Er is geen sprake van samenhangende vorderingen die gelijktijdige berechting rechtvaardigen.
De rechtbank concludeert dat zij onbevoegd is om kennis te nemen van de vordering tegen Re-Tyre en veroordeelt eiser in de kosten van het incident. Ten aanzien van de vordering tegen Rubber Resources wordt verdere beslissing aangehouden en de zaak verwezen naar een rolzitting voor dupliek peremptoir.
Uitkomst: Rechtbank Maastricht verklaart zich onbevoegd ten aanzien van vordering tegen Re-Tyre en houdt verdere beslissing tegen Rubber Resources aan.