ECLI:NL:RBMAA:2004:AQ1078
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken rechtstreeks causaal verband bij overlijden door liftongeval
Op 7 september 2002 raakte een rolcontainer vastgehaakt in een afgekeurde lift zonder kooiafsluiting, waarna het slachtoffer bekneld raakte en door verstikking overleed. De holding werd verweten de lift niet buiten gebruik te hebben gesteld en onvoldoende veiligheidsmaatregelen te hebben genomen.
De rechtbank stelde vast dat de lift na afkeuring in november 2001 niet buiten gebruik was gesteld en gebruikers niet waren geïnformeerd over het verbod. Desondanks kon niet met voldoende zekerheid worden vastgesteld waardoor de rolcontainer vastraakte, waardoor het causaal verband tussen het nalaten van de holding en het overlijden niet kon worden bewezen.
Daarom sprak de rechtbank zowel de holding als de verdachte, die leiding zou hebben gegeven aan het strafbare feit, vrij. De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank veroordeelde de benadeelde partij tot betaling van de kosten van de verdediging.
Uitkomst: De rechtbank sprak de holding en verdachte vrij wegens ontbreken van een rechtstreeks causaal verband tussen nalaten en overlijden.