ECLI:NL:RBMAA:2004:AQ1730
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot DNA-onderzoek ter vaststelling vaderschap en alimentatiebijdrage
De vrouw verzocht de rechtbank om de man te veroordelen tot betaling van een maandelijkse bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van hun minderjarige kind. De man betwistte primair zijn vaderschap en verwees naar een eerder in de Verenigde Staten uitgevoerd DNA-onderzoek op basis van wangslijm, waaruit bleek dat hij niet de vader zou zijn. De vrouw beriep zich echter op een clausule in een tussen partijen gesloten overeenkomst die haar het recht gaf een aanvullend DNA-onderzoek te eisen.
De rechtbank oordeelde dat het verzoek van de vrouw ontvankelijk was, omdat de overeenkomst voorzag in de mogelijkheid tot aanvullend onderzoek indien het eerste onderzoek negatief uitviel. De rechtbank besloot daarom een deskundige te benoemen die een bloedonderzoek zou uitvoeren om het vaderschap vast te stellen. Dit bloedonderzoek zou worden uitgevoerd door een expert van het Nederlandse Rode Kruis.
De rechtbank bepaalde dat de kosten van het deskundigenonderzoek voorlopig ten laste van de rijkskas zouden komen en stelde partijen in de gelegenheid zich schriftelijk uit te laten nadat het rapport was ingediend. De verdere beslissing werd aangehouden totdat het deskundigenrapport beschikbaar was.
Uitkomst: De rechtbank beveelt een deskundigenonderzoek naar het bloedonderzoek ter vaststelling van het vaderschap en wijst het verzoek van de vrouw toe.