ECLI:NL:RBMAA:2004:AR1982
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.J. Hazen
- W.L.J. Voogt
- L.M.I.A. Bregonje
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vorderingen tot vernietiging echtscheidingsconvenant wegens bekrachtiging aanvullend convenant
De vrouw en man zijn gehuwd onder huwelijkse voorwaarden met een finaal verrekenbeding. Na hun echtscheiding in 1999 sloten zij een convenant waarin de vermogensrechtelijke afwikkeling werd geregeld, waarbij de vrouw een bedrag van fl. 1.750.000,-- werd toegekend. De vrouw stelde later dat zij was benadeeld omdat het gezamenlijke vermogen hoger was dan opgegeven en vorderde vernietiging van het convenant wegens dwaling, misbruik van omstandigheden en onjuiste vermogensopgave.
De man betwistte de stellingen en wees op de bekrachtiging van het convenant door een aanvullend convenant in 1999, waarin de vrouw afstand deed van haar rechten tot vernietiging. De rechtbank oordeelde dat de vrouw door het sluiten van het aanvullend convenant haar bevoegdheid had verloren om het oorspronkelijke convenant te vernietigen. Tevens werd geoordeeld dat pensioenverevening conform de Wet Verevening Pensioenrechten bij scheiding (WVP) moet plaatsvinden en niet via een bedrag ineens.
De rechtbank concludeerde dat de vrouw haar aanspraken niet tijdig had gehandhaafd, dat zij op de hoogte was van de huwelijkse voorwaarden en de vermogensopstelling, en dat de vorderingen daarom afgewezen moesten worden. De proceskosten werden tussen partijen gecompenseerd.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van de vrouw tot vernietiging van het convenant af wegens bekrachtiging door een aanvullend convenant.