ECLI:NL:RBMAA:2004:AR3854
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.J.G.H. Seerden
- J.N.F. Sleddens
- M.C.A.E. van Binnebeke
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid burgemeester exclusief voor handhaving openbare orde bij uitlokking straatprostitutie
De gemeente Heerlen had een beleid ingesteld om straatprostitutie buiten een aangewezen tippelzone te verbieden en handhavend op te treden met dwangsommen bij overtredingen van dit verbod. Eiser werd op 19 januari 2003 betrapt op het benaderen en meenemen van een bij de politie bekende prostituee, wat werd aangemerkt als uitlokking tot prostitutie volgens de APV.
Het college van burgemeester en wethouders legde aan eiser een last onder dwangsom op wegens overtreding van het verbod. Eiser maakte bezwaar en stelde dat het college niet bevoegd was tot het opleggen van deze dwangsom, omdat handhaving van de openbare orde exclusief bij de burgemeester ligt.
De rechtbank bevestigde dat de bevoegdheid tot handhaving van de openbare orde, waaronder bestuursrechtelijke bevoegdheden zoals het opleggen van dwangsommen, exclusief aan de burgemeester toekomt. Het besluit van het college werd daarom vernietigd. Desondanks bleven de rechtsgevolgen van het besluit in stand op grond van artikel 8:72, derde lid, van de Awb, omdat de burgemeester verklaarde hetzelfde besluit te zullen nemen.
De rechtbank wees ook de bezwaren van eiser af dat het tippelverbod in strijd zou zijn met het EVRM en de Grondwet. Tot slot werd eiser het griffierecht en de kosten van rechtsbijstand vergoed.
Uitkomst: Het besluit van het college tot oplegging van een dwangsom wordt vernietigd wegens onbevoegdheid, maar de rechtsgevolgen blijven in stand omdat de burgemeester hetzelfde besluit zou nemen.