ECLI:NL:RBMAA:2004:AR4517
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Groen
- Rechtspraak.nl
Ontslag van bestuurders stichting wegens onverenigbaarheid en geschiktheid
Twee voormalige echtelieden, beiden bestuurders van een stichting, verzochten elkaar te ontslaan als bestuurder op grond van artikel 2:298 BW Pro. De rechtbank stelde partijen in de gelegenheid hun geschiktheid aan te tonen door middel van exploitatieplannen.
De stichting, opgericht in 1985, heeft als doel de winterberging en onderhoud van pleziervaartuigen. Door huwelijksproblemen ontstonden ook bestuursfricties. Vader [B.] beschuldigde [C.] van wanbeheer en solistisch handelen, terwijl [C.] stelde dat vader en zoon [B.] de stichting financieel wilden benadelen en dat zij de stichting nieuw leven had ingeblazen.
Na bestudering van de plannen oordeelde de rechtbank dat [C.] het beste plan had met een gedegen onderbouwing en toekomstvisie, inclusief scenario's bij onteigening. Daarom wees de rechtbank het verzoek van vader [B.] af en ontsloeg zij vader en zoon [B.] als bestuurders. De kosten werden verdeeld over de procedures.
Uitkomst: De rechtbank ontslaat vader en zoon [B.] als bestuurders van de stichting en wijst het verzoek van vader [B.] tot ontslag van [C.] af.