ECLI:NL:RBMAA:2004:AR8141
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.M. Schutte
- A.M.A. Eijck
- M.C.A.E. van Binnebeke
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak en gedeeltelijke veroordeling wegens handel in verdovende middelen met territoriale rechtsmachtbeperkingen
De rechtbank Maastricht behandelde een zaak tegen verdachte wegens handel in verdovende middelen, gepleegd deels binnen en deels buiten Nederland. Het openbaar ministerie werd niet-ontvankelijk verklaard voor feiten gepleegd buiten Nederland vanwege het territorialiteitsbeginsel en artikel 13 lid 3 van Pro de Opiumwet. De primaire tenlastelegging, het medeplegen van het vervoer van drugs naar Duitsland, werd niet bewezen verklaard, evenals deelname aan een criminele organisatie.
De rechtbank oordeelde dat de verklaring van getuige [C.] niet onrechtmatig was verkregen, ondanks betwisting van de raadsvrouwe over een vermeende toezegging door Nederlandse opsporingsambtenaren. De verklaring werd als betrouwbaar beschouwd en gebruikt als bewijs.
Wettig en overtuigend bewezen werd dat verdachte subsidiair betrokken was bij het voorbereiden van vervoer van MDMA naar het buitenland en meermalen handel dreef in MDA, MDMA, MDEA en cocaïne binnen Maastricht. Voor deze feiten werd verdachte veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. De tijd in voorlopige hechtenis werd in mindering gebracht.
Uitkomst: Verdachte vrijgesproken van primaire tenlastelegging en deelname aan criminele organisatie, deels veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf waarvan 8 maanden voorwaardelijk.