ECLI:NL:RBMAA:2004:AS3541
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- I. Becker-Hartenhof
- P.E.C.M. Dahmen
- R. Niessen
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor handel en vervoer van amfetamine en harddrugs naar het buitenland
De rechtbank Maastricht heeft op 26 januari 2004 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen de verdachte die betrokken was bij de handel en het vervoer van harddrugs, met name amfetamine, naar het buitenland. De verdachte werd beschuldigd van meerdere feiten, waaronder het opzettelijk buiten Nederland brengen van aanzienlijke hoeveelheden amfetamine en andere middelen zoals MDA, MDMA en MDEA.
De rechtbank sprak de verdachte vrij van enkele primaire tenlasteleggingen, maar achtte hem wettig en overtuigend schuldig aan de subsidiaire en primaire feiten die betrekking hadden op het verstrekken en vervoeren van drugs. De bewezenverklaring betrof onder meer het medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet, waarbij grote hoeveelheden amfetamine en andere harddrugs werden verstrekt en naar het buitenland vervoerd.
De rechtbank motiveerde de straf door te wijzen op het puur financiële motief van de verdachte en het gebrek aan oog voor de maatschappelijke gevolgen van de drugscriminaliteit. Gezien de ernst van de feiten en de eerdere veroordeling van de verdachte voor een soortgelijk delict, werd een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vier jaar opgelegd. De tijd in voorlopige hechtenis werd in mindering gebracht.
De uitspraak onderstreept het strenge strafbeleid tegen handel in harddrugs en het belang van het voorkomen van de schadelijke effecten op de volksgezondheid en de samenleving.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf voor medeplegen van verstrekking en vervoer van amfetamine en harddrugs naar het buitenland.