ECLI:NL:RBMAA:2004:AZ9201
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R.P.G. Houterman
- Rechtspraak.nl
Interpretatie CAO-bepaling loondoorbetaling tijdens ziekte in beroepsgoederenvervoer
De zaak betreft een geschil tussen een internationaal vrachtwagenchauffeur en zijn werkgever over de juiste interpretatie van artikel 12 onder Pro A sub e van de Collectieve Arbeidsovereenkomst (CAO) voor het beroepsgoederenvervoer. De werknemer was sinds januari 2002 arbeidsongeschikt en ontving gedeeltelijke WAO-uitkering sinds januari 2003. Volgens de arbeidsovereenkomst en CAO moet de werkgever het salaris gedurende het eerste ziektejaar volledig doorbetalen.
Het geschil spitst zich toe op de berekening van het gemiddeld aantal overuren dat bij de loondoorbetaling moet worden meegenomen. De werknemer stelt dat ook overuren in perioden van ziekte en verlof moeten worden meegeteld, wat leidt tot een hoger gemiddeld aantal overuren. De werkgever stelt dat alleen het gemiddelde over het gehele jaar zonder rekening te houden met daadwerkelijk gewerkte dagen moet worden gehanteerd, wat resulteert in een lager aantal overuren.
De rechtbank oordeelt dat de interpretatie van de werknemer juist is en dat de werkgever aanvankelijk zelf ook deze berekeningswijze hanteerde. Ook de instantie die de WAO-uitkering toekende, ging van deze interpretatie uit. De werkgever wordt veroordeeld tot betaling van een bruto bedrag van €6.250, inclusief gematigde wettelijke verhoging, met wettelijke rente vanaf januari 2003. De vorderingen van de werkgever in reconventie worden afgewezen en beide partijen worden in hun proceskosten veroordeeld.
Uitkomst: Werkgever moet werknemer €6.250 bruto betalen inclusief wettelijke rente wegens onjuiste berekening overuren bij loondoorbetaling tijdens ziekte.