ECLI:NL:RBMAA:2005:AS5439
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beslaglegging op langdurigheidstoeslag ingevolge WWB
Eiseres diende een aanvraag in voor een langdurigheidstoeslag op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Verweerder kende de toeslag toe, maar hield deze in vanwege een beslaglegging. Eiseres maakte bezwaar tegen deze inhouding, stellende dat de toeslag niet vatbaar is voor executoriale invordering omdat deze bedoeld is ter bestrijding van armoede.
De rechtbank overwoog dat de langdurigheidstoeslag geen bijzondere bijstand is, maar een afzonderlijke inkomensondersteunende maatregel. Artikel 46 WWB Pro, dat beslag op bijzondere bijstand verbiedt, is daarom niet van toepassing op de toeslag. Tevens is artikel 46, derde lid, WWB van overeenkomstige toepassing verklaard op de toeslag, waardoor beslaglegging en verrekening mogelijk zijn.
Verweerder baseerde zich op artikel 19 Invorderingswet Pro 1990, dat inhouding van sociale zekerheidsuitkeringen op vordering van de ontvanger toestaat. De rechtbank vond dat verweerder terecht heeft vastgesteld dat beslag op de toeslag is gelegd en dat de toeslag aan de beslaglegger moet worden uitbetaald. Het beroep van eiseres werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot inhouding van de langdurigheidstoeslag wordt bevestigd.