ECLI:NL:RBMAA:2005:AT2454
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatig handelen door schijnconstructie ter bemoeilijking van belastingvordering
De zaak betreft een geschil tussen de ontvanger van de Belastingdienst en NCH over een naheffingsaanslag loonheffing opgelegd aan ECT Maasdok, een Pools rechtspersoon die een scheepswerf exploiteert. De ontvanger stelt dat ECT Maasdok haar onderneming tijdelijk aan NCH heeft overgedragen om verhaal van de belastingschuld te frustreren, wat onrechtmatig is.
NCH betwist onrechtmatig te hebben gehandeld en voert aan dat zij slechts administratieve werkzaamheden verrichtte en dat ECT Maasdok haar opdrachten aan derden heeft teruggegeven. De ontvanger wijst op verwevenheid tussen de ondernemingen, voortzetting van activiteiten onder dezelfde naam en gebruik van dezelfde contactgegevens.
De rechtbank concludeert dat er sprake is van een schijnconstructie waarbij NCH de exploitatie van ECT Maasdok voortzette met het oogmerk het verhaal van de belastingvordering te bemoeilijken. Dit is onrechtmatig handelen. De ontvanger moet echter nog nadere onderbouwing geven van de geleden schade alvorens een definitieve schadevergoeding kan worden vastgesteld.
De rechtbank wijst de verzoeken van NCH tot opheffing van het beslag af en houdt verdere beslissing aan om de ontvanger in de gelegenheid te stellen zijn schade onderbouwd toe te lichten. Tegen het vonnis staat hoger beroep open.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat NCH onrechtmatig heeft gehandeld door de exploitatie van ECT Maasdok voort te zetten met het oogmerk het verhaal van de belastingvordering te bemoeilijken, maar houdt verdere beslissing aan voor nadere schadeonderbouwing.