ECLI:NL:RBMAA:2005:AT2914
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Overmacht bestuurder auto bij aanrijding met voetganger niet aannemelijk
Op 17 augustus 2002 vond een aanrijding plaats tussen een auto bestuurd door gedaagde sub 1 en eiser, een voetganger die de straat wilde oversteken. Eiser vorderde schadevergoeding van gedaagde sub 1 en haar verzekeraar Achmea op grond van artikel 185 WVW Pro en artikel 6:162 BW Pro. De rechtbank beoordeelde of sprake was van overmacht aan de zijde van de bestuurder, waardoor aansprakelijkheid uitgesloten zou zijn.
De rechtbank stelde vast dat het zicht van de bestuurder volledig werd belemmerd door een 2,10 meter hoge heg die deels over de weg uitstak. Er waren geen verkeersborden die waarschuwden voor overstekende voetgangers en de aanwezigheid van een wandelpad naast de heg was voor de bestuurder niet kenbaar. De bestuurder reed ruim onder de maximumsnelheid van 80 km/uur.
Hoewel eiser stelde dat de bestuurder extra oplettend had moeten zijn vanwege een combine op het weiland en een inrit aan de overzijde, vond de rechtbank deze omstandigheden onvoldoende om te verwachten dat er voetgangers zouden oversteken. Het beroep op overmacht slaagde daarom. De vordering van eiser werd afgewezen en hij werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering af wegens geslaagd beroep op overmacht van de bestuurder.