ECLI:NL:RBMAA:2005:AT3587
Rechtbank Maastricht
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Echtscheiding en verdeling huwelijksgoederengemeenschap met internationaal element
De rechtbank Maastricht behandelde een echtscheidingsverzoek van een man tegen zijn vrouw met internationale aspecten, waarbij de vrouw de Britse nationaliteit heeft en in België woont. De rechtbank stelde vast dat in België geen echtscheidingsprocedure meer loopt, waardoor zij bevoegd was om te beslissen over het verzoek.
De duurzame ontwrichting van het huwelijk werd erkend, en het pensioenverweer van de man werd afgewezen omdat dit verweer alleen door de verweerder kan worden gevoerd. Partijen waren verdeeld over welk recht van toepassing is op de verdeling van het huwelijksvermogen: de man stelde Nederlands recht voor, de vrouw Belgisch recht.
De rechtbank oordeelde dat het eerste huwelijksdomicilie in Nederland lag, mede op basis van een termijn van zes maanden als peildatum, en dat Nederlands recht van toepassing is op het huwelijksgoederenregime. De vrouw werd veroordeeld tot betaling van een partneralimentatie van €3.850 per maand, terwijl haar verzoek tot gebruiksvergoeding voor de woning werd afgewezen. De rechtbank stelde partijen in de gelegenheid zich uit te laten over de wijze van verdeling van de gemeenschap van goederen en hield verdere beslissing aan.
Uitkomst: Echtscheiding uitgesproken, Nederlands recht toegepast op huwelijksgoederen, partneralimentatie vastgesteld op €3.850 per maand en gebruiksrecht woning toegewezen zonder vergoeding.