ECLI:NL:RBMAA:2005:AT4606
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.A.J. Broekman
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid werkgever voor blootstelling werknemer aan asbest bij verwerking eternietbuizen
De zaak betreft de aansprakelijkheid van Baars Infra BV voor de fatale ziekte mesothelioom van [overledene], die tussen 1973 en 1974 bij Baars werkzaam was. De erven stellen dat de blootstelling aan asbest heeft plaatsgevonden tijdens het bewerken en verwerken van asbesthoudende eternietrioolbuizen, met name bij het boren van gaten hierin, en vorderen schadevergoeding op grond van onrechtmatige daad en werkgeversaansprakelijkheid.
Baars betwist dat [overledene] bij deze werkzaamheden betrokken was, wijst op zijn functie als hulpuitzetter zonder technische opleiding, en ontkent dat de gebruikte buizen asbesthoudend waren. Diverse getuigen verklaren tegenstrijdig over de mate van betrokkenheid van [overledene] bij het bewerken van de buizen en het gebruik van boren. De rechtbank weegt deze verklaringen en concludeert dat onvoldoende vaststaat dat [overledene] daadwerkelijk bij het boren van gaten in eternietbuizen betrokken was.
De rechtbank stelt vast dat Baars onvoldoende heeft voldaan aan haar stelplicht omtrent de samenstelling van de gebruikte materialen en de blootstelling. Gezien de tegenstrijdige verklaringen en het belang van bewijs voor de vordering, staat de rechtbank de erven toe om nader bewijs te leveren omtrent de betrokkenheid van [overledene] bij het bewerken van asbesthoudende buizen. De procedure wordt aangehouden tot de rolzitting van 6 april 2005 voor opgave van getuigen.
Uitkomst: De rechtbank staat de erven toe nader bewijs te leveren over de betrokkenheid van [overledene] bij het bewerken van asbesthoudende rioolbuizen en houdt de verdere beslissing aan.