ECLI:NL:RBMAA:2005:AT5280
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen vaste aanstelling na tijdelijke dienstverbanden bij Universiteit Maastricht
Eiseres had meerdere tijdelijke dienstverbanden bij de Universiteit Maastricht (UM) die in totaal niet voldeden aan de voorwaarden voor omzetting in een vast dienstverband volgens artikel 3.9, vierde lid, van de CAO Nederlandse Universiteiten. Na afloop van haar derde tijdelijke aanstelling per 1 november 2003 heeft zij één dag werkzaamheden verricht zonder dat een schriftelijke verlenging of aanstelling voor onbepaalde tijd was vastgelegd.
Eiseres beriep zich op het vertrouwensbeginsel en stelde dat op basis van mondelinge toezeggingen en feitelijke voortzetting van werkzaamheden een vaste aanstelling was ontstaan. De rechtbank oordeelde dat deze toezeggingen niet van bevoegde personen kwamen en dat eiseres op de hoogte was dat het dienstverband via het uitzendbureau InterUM zou verlopen. De enkele feitelijke voortzetting van werkzaamheden was onvoldoende om een vaste aanstelling te doen ontstaan.
De rechtbank concludeerde dat het dienstverband per 1 november 2003 rechtsgeldig was beëindigd en dat geen sprake was van conversie naar een dienstverband voor onbepaalde tijd. Het beroep van eiseres werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat geen vaste aanstelling is ontstaan per 1 november 2003.