ECLI:NL:RBMAA:2005:AT5289
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E. van Binnebeke
- H.J.O. Martens
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens termijnoverschrijding in sociale zekerheidszaak
In deze bestuursrechtelijke zaak ging het om de vraag of een beroepschrift tijdig was ingediend tegen een besluit van het College van Burgemeester en Wethouders van de Gemeente Heerlen. De rechtbank had eerder het beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn, omdat het besluit op 30 juli 2004 zou zijn verzonden en het beroepschrift pas na deze termijn was ontvangen.
Opposante stelde dat het besluit pas op 2 augustus 2004 daadwerkelijk was ontvangen, en verweerder kon niet overtuigend aantonen dat het besluit op 30 juli 2004 was verzonden. De rechtbank onderzocht de interne postregistratie en concludeerde dat de onzekerheid over de verzenddatum niet ten nadele van opposante mocht werken. Omdat niet met zekerheid kon worden vastgesteld wanneer de beroepstermijn was aangevangen, mocht het beroep niet als niet-ontvankelijk worden afgewezen.
De rechtbank oordeelde dat het verzet gegrond was en dat het onderzoek in de procedure moest worden voortgezet. Hiermee verviel de eerdere uitspraak van 8 oktober 2004. Er was geen sprake van een kennelijk niet-ontvankelijk beroep en het verzet werd toegewezen zonder dat verdere rechtsmiddelen openstonden.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wegens termijnoverschrijding wordt gegrond verklaard en het onderzoek wordt voortgezet.