ECLI:NL:RBMAA:2005:AT5291
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E. van Binnebeke
- R.J.G.H. Seerden
- Rechtspraak.nl
Beoordeling motivering ontnemingsfactor 1,3% in WAO-uitkering
Eiser betwistte de door verweerder gehanteerde ontnemingsfactor van 1,3% bij de vaststelling van zijn WAO-uitkering, omdat ten tijde van het besluit geen strafrechtelijke veroordeling was uitgesproken en hij uiteindelijk zelfs werd vrijgesproken. Verweerder baseerde de factor op jurisprudentie waarin vergelijkbare percentages werden gehanteerd bij illegale wisseltransacties, ongeacht de strafrechtelijke uitkomst.
De rechtbank stelt vast dat verweerder in het bestreden besluit de factor 1,3% voldoende heeft onderbouwd door te verwijzen naar uitspraken van het Hof ’s Gravenhage, de Centrale Raad van Beroep en de Hoge Raad, waarin een vergelijkbaar rendement voor activiteiten als tussenpersoon of wisselkantoor werd aangenomen. De rechtbank oordeelt dat de activiteiten van eiser als het aanbieden van valuta ter wisseling in het economisch verkeer kunnen worden gekwalificeerd als het genereren van inkomsten uit arbeid.
Hoewel eiser aanvoert dat verweerder ten onrechte geen onderzoek heeft gedaan naar zijn uitgavenpatroon en levensstandaard, acht de rechtbank het redelijk dat verweerder een schatting maakt van de inkomsten op basis van branchegelijke rendementspercentages. De rechtbank vindt geen strijd met geschreven of ongeschreven rechtsregels of algemene rechtsbeginselen en verklaart het beroep ongegrond.
De uitspraak is gedaan door mr. Seerden in aanwezigheid van griffier mr. Van Binnebeke op 12 april 2005. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de ontnemingsfactor van 1,3%.