ECLI:NL:RBMAA:2005:AT8073
Rechtbank Maastricht
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens ontbreken instemming kandidaat op Universiteitsraadlijst
Verzoeker, student en bestuurslid van de vereniging DOPE, diende een kandidatenlijst in voor de Universiteitsraad van de Universiteit Maastricht. Op de lijst stond een kandidaat zonder de vereiste elektronische verklaring van instemming. Het Centraal Stembureau weigerde de lijstwijziging toe te staan en schrapte de kandidaat vanwege het ontbreken van deze verklaring.
Verzoeker maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar de voorzieningenrechter oordeelde dat verzoeker niet als belanghebbende kon worden aangemerkt voor het besluit van 9 mei 2005, omdat zijn belang niet persoonlijk en rechtstreeks was. Hierdoor werd hij ten onrechte ontvankelijk verklaard in zijn bezwaar. Het beroep werd gegrond verklaard en het besluit vernietigd, waarna de voorzieningenrechter zelf verzoeker niet-ontvankelijk verklaarde in het bezwaar.
Voor het besluit van 10 mei 2005, waarbij de kandidaat werd geschrapt, oordeelde de voorzieningenrechter dat verzoeker wel een voldoende persoonlijk belang had, maar wees het verzoek om voorlopige voorziening af omdat onmiddellijke uitspraak in de hoofdzaak werd gedaan. De rechtbank bepaalde tevens dat de Universiteit Maastricht het griffierecht aan verzoeker vergoedt.
Uitkomst: Verzoeker is niet-ontvankelijk in het bezwaar tegen het besluit van 9 mei 2005 en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.