ECLI:NL:RBMAA:2005:AT8504
Rechtbank Maastricht
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening bij bezwaar tegen weigering WWB-uitkering wegens twijfel over woonadres
Verzoeker diende een aanvraag in voor een uitkering op grond van de Wet werk en bijstand (WWB), die door het college van de gemeente Heerlen werd afgewezen omdat verzoeker volgens het college niet woonde op het opgegeven woonadres. Verzoeker stelde dat hij wel degelijk op het adres woonde en maakte bezwaar tegen het besluit. Tijdens een hoorzitting werd een verklaring overgelegd van de huurder van het adres, die stelde dat verzoeker op een nog op te knappen kamer woonde en tijdelijk op de bank sliep.
De voorzieningenrechter overwoog dat tijdens huisbezoeken geen aanwijzingen voor bewoning werden aangetroffen, zoals beddengoed, was of persoonlijke post, en dat de verklaringen van verzoeker en de huurder tegenstrijdigheden bevatten. Ook werd geconstateerd dat de kamer nog leeg was en slechts een muur was geschilderd, wat het langdurige verblijf van verzoeker op het adres onwaarschijnlijk maakte.
Op grond van de feitelijke omstandigheden en de jurisprudentie omtrent woonplaatsbepaling in de WWB en het Burgerlijk Wetboek concludeerde de voorzieningenrechter dat het college terecht twijfelde aan de woonplaats van verzoeker. Gezien deze twijfel en de belangenafweging was het onwaarschijnlijk dat het bestreden besluit in de hoofdzaak zou worden vernietigd. Daarom werd het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de WWB-uitkering wordt afgewezen.