ECLI:NL:RBMAA:2005:AT8506
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling gezamenlijke huishouding en herziening AOW- en Anw-uitkering
Eiseres voerde bezwaar en beroep aan tegen de herziening van haar nabestaandenuitkering en ouderdomspensioen, omdat verweerder stelde dat zij sinds 1998 een gezamenlijke huishouding voerde met de heer B. De Sociale Recherche had een onderzoek ingesteld naar hun leefsituatie, mede naar aanleiding van een anonieme tip, en had verklaringen van beide partijen verkregen die wezen op samenwoning en gezamenlijke huishouding.
Eiseres stelde dat zij onder druk was gezet bij het afleggen van haar verklaring en dat er geen sprake was van een gezamenlijke huishouding. De rechtbank beoordeelde de zaak aan de hand van objectieve criteria, waarbij het motief en subjectieve gevoelens buiten beschouwing werden gelaten. Uit de verklaringen en getuigenverklaringen bleek dat eiseres en de heer B hun hoofdverblijf hadden in dezelfde woning en zorg droegen voor elkaar door middel van bijdragen aan de kosten van de huishouding.
De rechtbank verwierp het verweer van eiseres dat de verklaring onder druk was afgelegd, omdat zij bij het verhoor aangaf zich goed behandeld te voelen en geen bezwaar had tegen het gebruik van haar verklaring. De verklaring van de getuige namens eiseres werd als onvoldoende concreet beoordeeld. De rechtbank concludeerde dat het bestreden besluit niet in strijd was met enige rechtsregel of algemeen rechtsbeginsel en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en de herziening van haar AOW- en Anw-uitkering bevestigd.