ECLI:NL:RBMAA:2005:AT8520
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Uitsluiting van nawerking ziekengeld voor oproepkracht wegens niet tijdige ziekmelding
Eiser, een oproepkracht die doorgaans op zaterdagen werkt, werd vanaf 24 mei 2004 arbeidsongeschikt door opname in een kliniek. Hij gaf zijn werkgever niet tijdig door dat hij niet kon werken, waardoor de werkgever pas op 8 juni 2004 de eerste ziektedag (5 juni) meldde bij het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV).
Verweerder sloot de nawerking van ziekengeld uit op grond van artikel 46 Ziektewet Pro omdat de ziekmelding niet binnen de vereiste termijn van acht dagen na de laatste verzekerde dag was gedaan. De rechtbank oordeelde dat eiser als oproepkracht alleen verzekerd is op de dagen dat hij werkt en dat hij de ziekmelding tijdig had moeten doen om aanspraak op nawerking te maken.
Eisers grief dat hij bewijs kon leveren van arbeidsongeschiktheid vanaf 24 mei werd verworpen omdat hij niet handelde conform artikel 38a Ziektewet en niet aannemelijk maakte dat hij niet in staat was zich ziek te melden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat eiser niet tijdig ziekmelding heeft gedaan en de nawerking van ziekengeld terecht is uitgesloten.