ECLI:NL:RBMAA:2005:AT9492
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling tot zes jaar gevangenisstraf voor doodslag ondanks tegenstrijdige bekentenissen
De rechtbank Maastricht behandelde een strafzaak waarin twee verdachten afzonderlijk bekenden het slachtoffer te hebben gedood. Een van hen, inmiddels overleden, verklaarde aanvankelijk dat verdachte het slachtoffer had gedood, maar wijzigde later haar verklaring en bekende zelf. Verdachte ontkende dit en hield vast aan zijn verklaring dat hij het slachtoffer had gewurgd.
De rechtbank onderzocht de geloofwaardigheid van de verklaringen, waarbij onder meer getuigenverklaringen en een deskundigenrapport van een patholoog-anatoom werden betrokken. De patholoog stelde vast dat de doodsoorzaak verstikking door wurging was, en dat de aanvankelijke verklaring van de overleden medeverdachte over een val tegen het bed niet overeenkwam met het letsel.
Gezien de inconsistenties en de omstandigheden achtte de rechtbank de verklaring van verdachte geloofwaardig en veroordeelde hem voor doodslag. De rechtbank sprak verdachte vrij van andere tenlastegelegde feiten en legde een gevangenisstraf van zes jaar op, met aftrek van voorarrest. De straf weerspiegelt de ernst van het feit, het gewelddadige karakter en de maatschappelijke onrust.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf voor doodslag door wurging.