ECLI:NL:RBMAA:2005:AU1187
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.N.F. Sleddens
- R.M.M. Kleijkers
- F.L.G. Geisel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit bestuursdwang op grond van preventieve toepassing artikel 13b Opiumwet
De rechtbank Maastricht behandelde een zaak waarin Peppermill BV bezwaar maakte tegen een besluit van de burgemeester van Heerlen om bestuursdwang toe te passen op grond van artikel 13b van de Opiumwet. Dit besluit hield een sluiting in van de horecagelegenheid tijdens een gepland dance-evenement vanwege vermoedens van handel in harddrugs.
Verweerder beriep zich op politiegegevens waaruit bleek dat meerdere personen in bezit waren van hoeveelheden XTC-pillen die als handelshoeveelheden werden beschouwd. De burgemeester stelde dat preventieve bestuursdwang mogelijk was vanwege het gevaar van drugshandel bij bepaalde housemuziekstijlen. Eiseres betwistte de bevoegdheid tot preventieve toepassing en voerde aan dat er geen concrete handel was vastgesteld en dat het besluit disproportioneel was.
De rechtbank oordeelde dat artikel 13b van de Opiumwet niet preventief kan worden toegepast, conform de parlementaire geschiedenis. Daarnaast vond de rechtbank dat het bestuursdwangbesluit onevenredig was gezien het geringe aantal drugsvondsten en het ontbreken van concrete handel. Ook was de omschrijving van vergelijkbare evenementen onvoldoende duidelijk. Daarom werd het besluit vernietigd en het bezwaar van eiseres gegrond verklaard.
De rechtbank veroordeelde de gemeente Heerlen tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht. De uitspraak benadrukt het belang van zorgvuldige en proportionele toepassing van bestuursdwang en het respecteren van de grenzen van preventief optreden volgens de Opiumwet.
Uitkomst: Het bestuursdwangbesluit op grond van artikel 13b van de Opiumwet is vernietigd wegens onrechtmatige preventieve toepassing en disproportionaliteit.