ECLI:NL:RBMAA:2005:AU2032
Rechtbank Maastricht
- Kort geding
- B. Bergmans
- Rechtspraak.nl
Bevel tot medewerking bij bijzetting urn in familiegraf ondanks geschil over rechthebbenschap
In deze zaak staat een geschil tussen broers en zussen over de bestemming van de as van hun overleden vader centraal. De zus wenst de urn met de as bij te zetten in het familiegraf van hun ouders, terwijl de broer en enkele andere familieleden de voorkeur geven aan verstrooiing van de as. De voorzieningenrechter had eerder op 3 juni 2005 een vonnis gewezen waarin de gedaagden werden bevolen medewerking te verlenen aan de bijzetting van de as in een urn.
De broer beroept zich op zijn positie als enige rechthebbende van het familiegraf en weigert de gemeente toestemming te geven voor de bijzetting en het aanbrengen van een gravering op de grafsteen. De voorzieningenrechter oordeelt dat de broer door hierover te zwijgen tijdens de eerdere procedure en zich later op dit recht te beroepen, misbruik van recht maakt. Dit heeft geleid tot onnodige rechtsgang voor de zus.
De voorzieningenrechter beveelt de broer om binnen vijf dagen na betekening van het vonnis onvoorwaardelijk toestemming te geven aan de gemeente voor het openen van het familiegraf en de bijzetting van de urn. De vordering tot het aanbrengen van een gravering wordt afgewezen vanwege het definitieve karakter en mogelijke beschadiging van de steen. De broer wordt veroordeeld in de proceskosten van de zus. De vordering van de broer tot teruggaaf van de urn wordt afgewezen.
Uitkomst: De broer wordt bevolen medewerking te verlenen aan de bijzetting van de urn in het familiegraf en in de proceskosten veroordeeld.