ECLI:NL:RBMAA:2005:AU6131
Rechtbank Maastricht
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen sluiting horeca-inrichting wegens ontbreken vergunningen
Verzoeker exploiteerde een horeca-inrichting zonder de vereiste drank- en horecavergunning en logiesvergunning. Verweerder gelastte sluiting van de inrichting per 9 november 2005, met toepassing van bestuursdwang bij niet-naleving.
Verzoeker diende bezwaar in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter oordeelde dat het belang van verzoeker louter financieel was en dat dit op zichzelf geen reden is voor een voorlopige voorziening. Tevens was niet aannemelijk dat sluiting tot faillissement zou leiden.
Verder was niet gebleken van concreet zicht op legalisatie van de vergunningen, aangezien de aanvragen incompleet waren en de benodigde verklaring sociale hygiëne ontbrak. Ook was het handhavend optreden niet onevenredig in verhouding tot de belangen.
De voorzieningenrechter concludeerde dat het verzoek om een voorlopige voorziening het vereiste spoedeisend belang ontbeerde en wees het verzoek af. Tegen deze uitspraak stond geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen sluiting van de horeca-inrichting wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.