ECLI:NL:RBMAA:2005:AU6395
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Th.J.M. Oostdijk
- B.G.L. van der Aa
- W.A.P. Hillen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verlenging proeftijd wegens onvoldoende gronden na reclasseringsimpasse
De rechtbank Maastricht behandelde op 1 november 2005 de vordering van de officier van justitie tot verlenging van de proeftijd van een veroordeelde die was veroordeeld tot 12 maanden gevangenisstraf, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
De bijzondere voorwaarde hield in dat de veroordeelde zich zou gedragen volgens richtlijnen van de reclassering, waaronder medewerking aan een delictpreventieplan gericht op agressieregulatie en partnerrelatieproblematiek. De reclassering rapporteerde een impasse in de behandeling vanwege het gebrek aan schuldbesef en motivatie bij de veroordeelde, en stelde voor de contactfrequentie laag te houden.
Veroordeelde verklaarde dat hij tijdens de uitnodigingen op vakantie was en zich daarna bij de reclassering had gemeld, maar geen contact meer had gehad met de reclasseringswerker. De rechtbank oordeelde dat de reclassering de impasse niet aan veroordeelde kon tegenwerpen en dat gezien de nog lopende proeftijd en de motivatie van veroordeelde om aan zijn problemen te werken, geen gronden waren voor verlenging van de proeftijd.
De rechtbank wees daarom de vordering van de officier van justitie af en handhaafde de oorspronkelijke voorwaarden van de proeftijd.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot verlenging van de proeftijd af wegens onvoldoende gronden.