ECLI:NL:RBMAA:2005:AU6397
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.A.P. Hillen
- B.G.L. van der Aa
- Th.J.M. Oostdijk
- Rechtspraak.nl
Bezwaar tegen kennisgeving tenuitvoerlegging vervangende hechtenis wegens niet-uitvoering werkstraf
Veroordeelde was bij vonnis veroordeeld tot een werkstraf van 240 uur, subsidiair 120 dagen vervangende hechtenis. De uitvoering van de werkstraf is echter niet aangevangen, waarop de officier van justitie de tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis heeft bevolen.
Veroordeelde maakte bezwaar tegen deze kennisgeving, stellende dat de vertraging in de uitvoering van de werkstraf niet aan haar lag. Tijdens de zitting bleek dat de reclassering en het openbaar ministerie verantwoordelijk zijn voor een voortvarende executie van de werkstraf. Veroordeelde had medische redenen voor uitstel, waaronder een baarmoederoperatie en een nierbekkenontsteking, waarvan zij deels medische onderbouwing kon overleggen.
De rechtbank oordeelde dat de vertraging tot 10 mei 2005 niet aan veroordeelde was toe te rekenen, mede omdat de reclassering pas na lange tijd contact zocht en de werkstraf binnen de gestelde termijn niet meer redelijkerwijs kon worden voltooid. Daarom werd het bezwaar gegrond verklaard en de kennisgeving van tenuitvoerlegging vervangende hechtenis vernietigd.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de kennisgeving van tenuitvoerlegging vervangende hechtenis wordt gegrond verklaard omdat de vertraging niet aan veroordeelde te wijten is.