ECLI:NL:RBMAA:2005:AU7244
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.E.C.M. Dahmen
- I. Becker-Hartenhof
- M.A.M. van Uum
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplegen opzettelijk brandstichten met levensgevaar in Sittard-Geleen
Op 8 juli 2003 heeft verdachte samen met anderen opzettelijk brand gesticht aan een personenauto geparkeerd nabij een woning in Sittard-Geleen. De brand werd veroorzaakt door het inwrijven van een geleiachtige brandgel op de motorkap en het aansteken daarvan, waardoor de auto gedeeltelijk verbrandde en levensgevaar voor de bewoners van het nabijgelegen perceel ontstond.
De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte medepleger was bij het brandstichten. Verdachte gaf tegenstrijdige verklaringen over het gebruikte brandbare middel, wat door het brandtechnisch onderzoek van het Nederlands Forensisch Instituut werd weerlegd. De rechtbank verwierp het verweer dat anderen na een uur de brand zouden hebben veroorzaakt.
De aanleiding voor de brand was een zakelijk conflict tussen de ouders van verdachte en het slachtoffer. Verdachte handelde uit wraak zonder rekening te houden met de mogelijke schade en het levensgevaar. De rechtbank veroordeelde verdachte tot zes maanden gevangenisstraf, waarvan de uitvoering werd geschorst onder een proeftijd van een jaar, en een taakstraf van 150 uur.
Daarnaast werd verdachte veroordeeld tot betaling van schadevergoeding aan het slachtoffer ter hoogte van €92,46. Vergoedingen voor immateriële schade en andere posten werden niet toegewezen in dit strafgeding en moeten bij de burgerlijke rechter worden ingediend.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Maastricht op 11 november 2005 na terechtzittingen op 20 juli 2004 en 28 oktober 2005.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot zes maanden gevangenisstraf voorwaardelijk en 150 uur taakstraf wegens medeplegen van opzettelijk brandstichten met levensgevaar.