ECLI:NL:RBMAA:2005:AU7718
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.C.A.E. van Binnebeke
- A.M.A. Eijck
- J.H. Klifman
- Rechtspraak.nl
Bezwaar tegen omzetting werkstraf in gevangenisstraf ongegrond verklaard
De veroordeelde kreeg bij vonnis een werkstraf opgelegd van 240 uren, subsidiair 120 dagen vervangende hechtenis. Na een moeizame start waarbij hij afspraken niet nakwam, begon hij op 22 januari 2004 met een werkstrafproject maar kwam te laat en verscheen vervolgens niet meer. Na een waarschuwing verliet hij het project boos. Vervolgens werd een tweede project toegewezen in Eindhoven, waar hij op 18 februari 2004 begon, maar ook daar ontstonden problemen. Een derde project in het Catharinaziekenhuis werd afgesproken, maar de veroordeelde verscheen niet op het kennismakingsgesprek en later ook niet op het werk.
De officier van justitie beval daarop de tenuitvoerlegging van 81 dagen vervangende hechtenis. De veroordeelde maakte bezwaar tegen deze omzetting. De rechtbank oordeelde dat de veroordeelde ondanks meerdere kansen en drie verschillende projecten zijn werkstraf niet naar behoren heeft uitgevoerd. Elk project liep door zijn toedoen spaak. Het bezwaar werd daarom ongegrond verklaard.
De rechtbank hield geen rekening met het feit dat de vervangende hechtenis reeds was geëxecuteerd, omdat de wet aan het indienen van het bezwaar geen schorsende werking toekent. De beslissing werd uitgesproken op 23 november 2005 door de meervoudige strafkamer van de rechtbank Maastricht.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de omzetting van werkstraf in gevangenisstraf wordt ongegrond verklaard.