ECLI:NL:RBMAA:2005:AU8338
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.E. Kramer
- W.E. Elzinga
- P.E.C.M. Dahmen
- Rechtspraak.nl
Veroordeling minderjarige tot jeugddetentie en plaatsing wegens poging doodslag
De minderjarige verdachte werd beschuldigd van poging tot doodslag op een goede vriendin in Kerkrade op 21 mei 2005. De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte met opzet de keel van het slachtoffer had dichtgeknepen, maar sprak hem vrij van andere tenlastegelegde handelingen die niet tot de dood konden leiden.
Psychologische en psychiatrische rapporten stelden dat de verdachte leed aan een forse ADHD-stoornis en gedragingen passend bij een borderline-ontwikkeling, met impulsregulatieproblemen en agressiestoornis. Door deze stoornissen was de toerekeningsvatbaarheid verminderd, maar strafbaarheid bleef bestaan. De deskundigen adviseerden een PIJ-maatregel en residentiële behandeling in een gesloten inrichting.
De rechtbank oordeelde dat een plaatsing onder voorwaarden onvoldoende garanties bood voor bescherming van de maatschappij en adequate behandeling. Gezien het gewelddadige karakter van het delict, de ernst, en het risico op recidive, legde de rechtbank een onvoorwaardelijke jeugddetentie van 138 dagen op, met aftrek van voorarrest, en een maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen voor twee jaar.
De uitspraak werd gewezen door een meervoudige kamer op 9 december 2005 in Maastricht.
Uitkomst: De minderjarige verdachte is veroordeeld tot 138 dagen jeugddetentie en een maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen voor twee jaar wegens poging tot doodslag.