ECLI:NL:RBMAA:2005:AU8701
Rechtbank Maastricht
- Kort geding
- Casparie
- Rechtspraak.nl
Blokkaderecht pleegouder niet absoluut; moeder mag kind terugkrijgen
De moeder vluchtte in 1997 met haar vier minderjarige kinderen uit Afghanistan naar Nederland. Vanwege emotionele en praktische problemen werden drie kinderen met instemming van de moeder bij een pleegmoeder geplaatst. De moeder was tijdelijk opgenomen in een ziekenhuis en gaf aan zich inmiddels weer in staat te achten voor haar kinderen te zorgen. De pleegmoeder vorderde in kort geding de onmiddellijke afgifte van twee kinderen en het behoud van drie kinderen tijdens een lopend onderzoek.
De moeder vorderde in reconventie de terugkeer van het vierde kind en de teruggave van de paspoorten. De voorzieningenrechter behandelde beide vorderingen samen en hoorde de kinderen, die aangaven bij hun moeder te willen wonen en uitkeken naar het samen zijn met hun zus.
De rechtbank oordeelde dat het blokkaderecht van pleegouders niet absoluut is en dat, gelet op de belangen van de kinderen en de herwonnen verzorgingscapaciteit van de moeder, de eigenrichting van de moeder in dit geval moet worden gebillijkt. De vordering van de pleegmoeder werd afgewezen, terwijl de moeder werd veroordeeld het vierde kind binnen vier uur na betekening terug te krijgen. De vordering tot afgifte van paspoorten werd afgewezen omdat deze al aan de Raad voor de Kinderbescherming waren overgedragen.
Uitkomst: De vordering van de pleegmoeder wordt afgewezen en de moeder krijgt het vierde kind binnen vier uur terug.