ECLI:NL:RBMAA:2005:AU9505

Rechtbank Maastricht

Datum uitspraak
21 december 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
03/005149-03
Instantie
Rechtbank Maastricht
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Omzetting niet-naleving bijzondere voorwaarde in werk- en leerstraf

De rechtbank Maastricht behandelde op 7 december 2005 de vordering van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk opgelegde jeugddetentie van twee maanden, opgelegd bij vonnis van 19 maart 2004. De veroordeelde hield zich niet aan de bijzondere voorwaarde om zich te gedragen volgens de richtlijnen van de reclassering en volgde de aanwijzingen niet op. De reclasseringswerker verklaarde dat voortzetting van het toezicht niet mogelijk was en dat de veroordeelde niet gebaat was bij de jeugddetentie.

De rechtbank oordeelde dat de veroordeelde de bijzondere voorwaarde niet had nageleefd en dat de tenuitvoerlegging van de jeugddetentie gerechtvaardigd was. Echter, in plaats van de jeugddetentie op te leggen, besloot de rechtbank een werkstraf van 94 uren en een leerstraf van 26 uren (training agressiebeheersing) op te leggen. Tevens werd bepaald dat bij niet-naleving vervangende hechtenis van respectievelijk 47 en 13 dagen zal worden toegepast.

De beslissing werd genomen door de meervoudige kamer voor strafzaken en uitgesproken op 21 december 2005. De veroordeelde was met zijn raadsman aanwezig en de reclasseringswerker werd gehoord. De rechtbank volgde het pleidooi van de raadsman om de jeugddetentie om te zetten in een taakstraf.

Uitkomst: De rechtbank gelast een werkstraf van 94 uren en een leerstraf van 26 uren in plaats van tenuitvoerlegging van de jeugddetentie wegens niet-naleving van bijzondere voorwaarden.

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT
Sector Strafrecht
Parketnummer: 03/005149-03
Deze beslissing is gegeven door de meervoudige kamer voor strafzaken op de vordering van de officier van justitie in het arrondissement Maastricht d.d. 2 november 2005, ingekomen ter griffie op 3 november 2005, betreffende een onherroepelijk geworden vonnis d.d. 19 maart 2004 van de meervoudige kamer voor strafzaken in deze rechtbank.
Bij dit vonnis is
[naam],
geboren te [geboorteplaats en -datum],
wonende te [adres],
veroordeeld tot een jeugddetentie voor de duur van twee maanden, met het bevel dat deze straf niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat de veroordeelde niet heeft nageleefd de voorwaarde zich voor het einde van de proeftijd van twee jaren niet schuldig te maken aan een strafbaar feit dan wel op grond van het niet-naleven van de bijzondere voorwaarde. De bijzondere voorwaarde hield in dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen overeenkomstig de door of vanwege de Reclassering Nederland, Ressort ’s Hertogenbosch, Arrondissement Maastricht, te stellen richtlijnen zolang deze reclasseringsinstelling zulks gedurende de proeftijd noodzakelijk oordeelt, ook indien zulks inhoudt het volgen van therapie bij het FPI Maastricht uitgevoerd door de GGZ-E.
Behandeling ter terechtzitting
De rechtbank heeft de vordering behandeld tijdens de terechtzitting van 7 december 2005.
De veroordeelde is daar met zijn raadsman mr. [H], advocaat te Maastricht, verschenen teneinde te worden gehoord.
Ook verschenen is de getuige, mevrouw [H], werkzaam als reclasseringswerker bij de Reclassering Nederland, Arrondissement Maastricht.
De rechtbank heeft kennis genomen van de inhoud van:
? het voormeld vonnis, waarbij de bijzondere voorwaarde is opgelegd;
? het adviesrapport d.d. 14 juli 2005, opgemaakt door mevrouw [H], reclasseringswerker;
? het afloopbericht toezicht d.d. 25 oktober 2005, opgemaakt door mevrouw [H], reclasseringswerker;
? de overige stukken.
De rechtbank heeft gehoord de officier van justitie omtrent haar vordering, strekkende tot het geven van een last tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde straf.
De rechtbank heeft gehoord de veroordeelde en diens raadsman. Deze pleit voor het omzetten van de gevorderde jeugddetentie in een taakstraf in de vorm van een werkstraf.
De rechtbank heeft voorts gehoord mevrouw [H], reclasseringswerker.
Overweging
In voornoemd afloopbericht toezicht wordt in verband met de naleving van de bijzondere voorwaarde, verbonden aan de aan veroordeelde bij voornoemd vonnis opgelegde straf, vermeld dat betrokkene zich niet heeft gehouden aan de voorschriften en aanwijzingen van de reclassering en dat voortzetting van het contact niet langer mogelijk is gebleken. Ter zitting heeft de reclasseringswerker daar aan toegevoegd dat veroordeelde er niet bij gebaat is de jeugddetentie te ondergaan, ook al is haar ervaring dat veroordeelde iemand is die van alles belooft, maar nooit zijn belofte nakomt. Van de kant van de reclassering heeft veroordeelde genoeg kansen gehad om de gemaakte afspraken na te komen. Daarom heeft de reclassering besloten het Reclasseringstoezicht van veroordeelde als niet uitvoerbaar te retourneren.
De rechtbank is op grond van voornoemd afloopbericht, de overige stukken en het ver-handelde ter terechtzitting van oordeel dat de veroordeelde de bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.
De rechtbank acht voorts termen aanwezig te gelasten dat de niet ten uitvoer gelegde straf alsnog zal worden tenuitvoergelegd.
Gelet hierop, is de rechtbank van oordeel dat de vordering dient te worden toegewezen.
De rechtbank acht echter termen aanwezig om, in plaats van de last tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde jeugddetentie voor de duur van twee maanden, het verrichten van een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 94 uren en een leerstraf voor de duur van 26 uren te gelasten.
Gelet hierop, zal de rechtbank beslissen zoals hierna te vermelden.
Beslissing
De rechtbank:
gelast het verrichten van een taakstraf die zal bestaan uit een werkstraf voor de duur van 94 uren en een leerstraf, bestaande uit het volgen van het leerproject “Training Agressiebeheersing” voor de duur van 26 uren;
? beveelt dat indien veroordeelde de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, vervangende hechtenis voor de duur van 47 dagen, respectievelijk 13 dagen zal worden toegepast.
Aldus gegeven door mr. M.C.A.E. van Binnebeke, voorzitter, mr. A.M.A. Eijck en mr. A.C.A. Schreinemakers, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Y.M.H. Simonis, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 21 december 2005.