ECLI:NL:RBMAA:2005:AU9623
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.A.M. van Uum
- W.E. Elzinga
- P.E.C.M. Dahmen
- Rechtspraak.nl
Oplegging PIJ-maatregel aan licht verminderd toerekeningsvatbare minderjarige voor afpersing en diefstal
De minderjarige verdachte werd verdacht van meerdere strafbare feiten, waaronder diefstal met braak, poging tot diefstal en poging tot afpersing met geweld. De rechtbank achtte niet alle ten laste gelegde feiten bewezen, maar veroordeelde hem voor de bewezen verklaarde feiten.
Psychologisch en psychiatrisch onderzoek concludeerde dat de verdachte licht verminderd toerekeningsvatbaar was, met een ernstige gedragsstoornis die zich ontwikkelde richting een antisociale persoonlijkheidsstoornis. De gedragsproblematiek leidde tot impulsief en grensoverschrijdend gedrag, waarvoor een professionele pedagogische structuur noodzakelijk werd geacht.
De rechtbank legde een onvoorwaardelijke jeugddetentie van negen maanden op, gecombineerd met een PIJ-maatregel van twee jaar in een inrichting voor jeugdigen. Tevens werden eerdere voorwaardelijke jeugddetenties tenuitvoer gelegd. De straf en maatregel zijn bedoeld om recidive te voorkomen en de positieve ontwikkeling van de verdachte te stimuleren.
Uitkomst: De verdachte is veroordeeld tot negen maanden jeugddetentie en een PIJ-maatregel van twee jaar in een inrichting voor jeugdigen.