ECLI:NL:RBMAA:2005:AV3340
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.T.M. Bröcker
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek gezamenlijke gezagsbelasting moeder en grootmoeder over minderjarig kind
De moeder van het minderjarige kind D, geboren op 22 juni 2002, heeft het alleenrecht op het gezag over het kind. De biologische vader heeft het gezin vóór de geboorte verlaten en heeft het kind niet erkend. De moeder en haar moeder, de grootmoeder van het kind, hebben gezamenlijk verzocht om samen belast te worden met het gezag over D, omdat de grootmoeder een nauwe persoonlijke relatie met het kind onderhoudt en een deel van de verzorging en opvoeding op zich neemt.
De rechtbank heeft dit verzoek behandeld en geoordeeld dat het niet de bedoeling van de wetgever kan zijn om een grootmoeder van moederszijde samen met de moeder het gezag te geven, zeker nu de vader nog in leven is. De rechtbank kwalificeert het verzoek als een verkapt verzoek tot adoptie, hetgeen volgens artikel 1:228 lid 1 sub b BW Pro niet mogelijk is omdat het kind een kleinkind van de adoptant betreft.
Op basis hiervan wijst de rechtbank het verzoek af. Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch. Het hof heeft later bij beschikking van 31 januari 2006 het vonnis vernietigd en alsnog moeder en grootmoeder gezamenlijk met het gezag belast.
Uitkomst: Het verzoek om moeder en grootmoeder gezamenlijk met het gezag over het kind te belasten wordt afgewezen.