ECLI:NL:RBMAA:2005:BB2639
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor het opzettelijk voorhanden hebben van grote hoeveelheid accijnsontduikende sigaretten
De rechtbank Maastricht heeft op 11 maart 2005 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van het opzettelijk voorhanden hebben van circa 2.196.700 sigaretten zonder dat deze waren betrokken bij de accijnsheffing, in strijd met de Wet op de accijns.
De politierechter achtte bewezen dat verdachte in de periode van 1 februari 2001 tot en met 11 maart 2004, in de gemeente Kerkrade, in vereniging met anderen, opzettelijk accijnsgoederen, te weten sigaretten, voorhanden had die niet waren betrokken bij de accijnsheffing. Van het ten laste gelegde meer dan dit aantal en van eerdere perioden werd verdachte vrijgesproken wegens gebrek aan overtuigend bewijs.
De rechtbank legde een taakstraf van 120 uren op, te verrichten binnen een jaar na onherroepelijkheid van het vonnis, met vervangende hechtenis van 60 dagen bij niet-naleving. Tevens werd een geldboete van €36.000 opgelegd, waarvan €24.000 voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. De strafmaat is mede bepaald op basis van de ernst van het feit, de omvang van de benadeling van de staat en de financiële draagkracht van verdachte.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een taakstraf van 120 uur en een geldboete van €36.000, deels voorwaardelijk, wegens het opzettelijk voorhanden hebben van circa 1 miljoen sigaretten zonder correcte accijnsheffing.