ECLI:NL:RBMAA:2006:AU9599
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verrekening van schuld directeur met regresvordering in faillissement
De curator in het faillissement van een besloten vennootschap vorderde betaling van een schuld uit hoofde van een rekening-courant verhouding door de directeur van de vennootschap. De directeur stelde dat hij deze schuld mocht verrekenen met een regresvordering die hij had op de failliet vanwege een betaling aan de bank als hoofdelijke schuldenaar van een krediet.
Partijen waren het eens over de hoofdsom van de schuld en de betaling door de directeur aan de bank, maar het geschil betrof de vraag of verrekening was toegestaan. De rechtbank beantwoordde dit bevestigend, verwijzend naar eerdere jurisprudentie van de Hoge Raad en de Faillissementswet.
De regresvordering bestond ten tijde van de faillietverklaring al voorwaardelijk en vond haar grondslag in een handeling vóór de faillietverklaring. Hierdoor voldeed de verrekening aan de wettelijke voorwaarden. De vordering van de curator werd daarom afgewezen en de curator werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering van de curator wordt afgewezen en de curator wordt veroordeeld in de proceskosten.