ECLI:NL:RBMAA:2006:AU9967
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.C. Oosterman-Meulenbeld
- Rechtspraak.nl
Machtiging tot verwerping nalatenschap van grootmoeder door minderjarige erfgenamen
De zaak betreft een verzoek van een vader, als wettelijk vertegenwoordiger van twee minderjarige kinderen, om de nalatenschap van hun grootmoeder te verwerpen. De nalatenschap is in Nederland opengevallen, maar de minderjarigen wonen in Duitsland. De rechter toetst of de Nederlandse rechter bevoegd is op grond van de EG Verordening nr. 2201/2003.
De rechter oordeelt dat de Nederlandse rechter bevoegd is omdat de minderjarigen hun gewone verblijfplaats in Nederland hebben en de vader de rechtsmacht uitdrukkelijk heeft aanvaard door het verzoek in Nederland in te dienen. Tevens is de kantonrechter van Maastricht bevoegd op grond van artikel 268 RV Pro.
De nalatenschap heeft een geringe omvang en is nauwelijks toereikend voor de afwikkelingskosten. De verzoeker wil de minderjarigen niet belasten met een mogelijk negatief saldo en heeft een instemmende verklaring van een minderjarige van 12 jaar overgelegd. De kantonrechter verleent daarom de machtiging tot verwerping van de nalatenschap.
Uitkomst: De kantonrechter verleent machtiging tot verwerping van de nalatenschap namens de minderjarige erfgenamen.