ECLI:NL:RBMAA:2006:AV0770
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.M.J. Quaedvlieg
- A.C.A. Schreinemakers
- R. Niessen
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van seksueel misbruik minderjarige
De verdachte werd beschuldigd van seksueel misbruik van een minderjarig meisje, waarbij verschillende handelingen ten laste werden gelegd die zouden hebben plaatsgevonden in september 2002 en in februari 1998. De minderjarige aangeefster werd gehoord in een speciaal ingerichte interviewruimte, maar het deskundigenrapport beoordeelde dit studioverhoor als van matige kwaliteit.
De officier van justitie vorderde vrijspraak omdat de verklaringen van de aangeefster onvoldoende betrouwbaar waren, mede door tegenstrijdigheden in verklaringen van haar moeder en zus, en mogelijke coaching. Ook was er onvoldoende bewijs voor het derde tenlastegelegde feit, mede doordat praktische zaken niet konden worden geverifieerd.
De verdediging pleitte eveneens voor vrijspraak. De rechtbank oordeelde, na beoordeling van het deskundigenrapport en het dossier, dat niet wettig en overtuigend bewezen kon worden dat de verdachte de tenlastegelegde feiten had gepleegd en sprak hem vrij.
Uitkomst: Verdachte werd vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van seksueel misbruik.