ECLI:NL:RBMAA:2006:AV0820
Rechtbank Maastricht
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Schorsing executie vonnis wegens twijfel over tijdige kennisgeving verstekvonnis
De rechtbank Maastricht behandelde een verzoek tot schorsing van de executie van een verstekvonnis van 23 december 2003, waarbij de veroordeelde tot vier jaar gevangenisstraf was veroordeeld. De veroordeelde betwistte dat hij tijdig op de hoogte was gesteld van het vonnis, ondanks dat de mededeling op 12 november 2004 aan zijn echtgenote was uitgereikt.
Tijdens de zitting bleek dat de echtgenote aanvankelijk verklaarde het vonnis te hebben gelezen en aan de veroordeelde te hebben getoond, maar later per e-mail stelde dat de veroordeelde het vonnis niet had gelezen. De officier van justitie stelde dat het vonnis sinds 27 november 2004 onherroepelijk was en dat het hoger beroep te laat was ingesteld.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er gerede twijfel bestaat over de feitelijke kennisgeving aan de veroordeelde en dat daardoor niet kan worden vastgesteld dat het hoger beroep na de termijn is ingesteld. Daarom werd de executie geschorst totdat het hoger beroep onherroepelijk is beslist.
Uitkomst: De executie van het vonnis wordt geschorst totdat het hoger beroep onherroepelijk is beslist.