ECLI:NL:RBMAA:2006:AV1313

Rechtbank Maastricht

Datum uitspraak
1 februari 2006
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
104173 - HA ZA 05-882
Instantie
Rechtbank Maastricht
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • P.J.M. Bruijnzeels
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 131 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Schadevergoeding wegens frauduleus handelen door uitzendkracht bij Vodafone

Vodafone heeft een uitzendkracht gedagvaard wegens vermeende fraude bij het verlengen van abonnementen en levering van telefoontoestellen aan een ander adres dan overeengekomen. Uit een intern onderzoek bleek dat de uitzendkracht betrokken was bij het wijzigen van afleveradressen en het faciliteren van frauduleuze leveringen.

Vodafone vorderde vergoeding van de waarde van verduisterde telefoons, kosten van het interne onderzoek, incassokosten, wettelijke rente en proceskosten. De uitzendkracht ontkende betrokkenheid, maar kon de door Vodafone overgelegde bewijzen niet weerleggen.

De rechtbank oordeelde dat de uitzendkracht onrechtmatig had gehandeld en veroordeelde hem tot betaling van de schade ter waarde van de telefoons, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de sommatie. De overige vorderingen, waaronder kosten van het interne onderzoek en incassokosten, werden afgewezen. De proceskosten werden aan de uitzendkracht opgelegd.

Uitkomst: De uitzendkracht is veroordeeld tot betaling van € 20.055 plus wettelijke rente en proceskosten aan Vodafone wegens frauduleus handelen.

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT
Sector Civiel
Datum uitspraak : 1 februari 2006
Zaaknummer : 104173 / HA ZA 05-882
De enkelvoudige kamer, belast met de behandeling van burgerlijke zaken, heeft het navolgende vonnis gewezen
inzake
de naamloze vennootschap VODAFONE LIBERTEL N.V.,
gevestigd te Maastricht,
eiseres,
procureur mr. E.C.E. Schnackers;
tegen:
[Naam gedaagde],
wonende te [woonplaats],
gedaagde,
procureur mr. J.P. Geertsema.
1. Het verloop van de procedure
Eiseres, hierna te noemen "Vodafone", heeft gedaagde, [Naam gedaagde], gedagvaard voor deze rechtbank en gesteld en geconcludeerd als in die dagvaarding vermeld. Op de eerstdienende dag heeft Vodafone bij akte producties, waaronder beslagstukken, in het geding gebracht. [Gedaagde] heeft daarna geantwoord. Op de voet van artikel 131 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is een comparitie na antwoord gelast. Bij brief van 9 november 2005 zijn door Vodafone stukken overgelegd ten behoeve van de comparitie. Van het verhandelde ter comparitie is proces-verbaal opgemaakt, dat zich bij de stukken bevindt. Ten slotte hebben partijen vonnis gevraagd op het rechtbankdossier. De uitspraak van het vonnis is nader bepaald op heden.
In verband met een herverdeling van zaken wordt dit vonnis door een andere rechter gewezen dan de rechter ten overstaan van wie partijen hebben gecompareerd.
2. Het geschil
2.1
[Gedaagde] is ingaande 5 maart 2004 via het uitzendbureau Tempo Team werkzaamheden gaan verrichten voor Vodafone. Hij was werkzaam op de afdeling Customer Services. In die functie had [Gedaagde] contact met klanten over onder andere het verlengen van abonnementen. Vodafone hanteert voor het onderhouden van die contacten en het verwerken van orders bepaalde procedures.
2.2
In de maand mei 2005 is door Vodafone een intern onderzoek gestart vanwege gerezen twijfel omtrent het verlengen van een aantal abonnementen bij en door het bedrijf [Naam bedrijf]. Tijdens dat onderzoek is geconstateerd dat de verlenging van die abonnementen niet door voornoemd bedrijf is aangevraagd en dat de levering van de aan die verlenging gekoppelde (30) telefoontoestellen ook niet bij dat bedrijf terechtgekomen is. Die toestellen zijn op [een ander adres] afgeleverd. Nader onderzoek heeft Vodafone geleerd dat aan dat adres nog een aantal andere toestellen is afgeleverd, dit eveneens als gevolg van een in de systemen van Vodafone doorgevoerde contractsverlenging die niet op waarheid bleek te berusten. Tijdens dat onderzoek is bij Vodafone het vermoeden ontstaan dat [Gedaagde] bij deze transacties betrokken is geweest en dat deze zich in de uitoefening van zijn werkzaamheden schuldig heeft gemaakt aan fraude. Vodafone heeft dat vermoeden bevestigd geacht en haar samenwerking met [Gedaagde], nadat zij deze had geconfronteerd met haar onderzoeksgegevens, op 26 mei 2005 beëindigd. Hem is daarbij tevens te verstaan gegeven dat zij de door haar geleden schade op hem zou verhalen.
2.3
Vodafone heeft op grond van het vorenstaande gevorderd dat [Gedaagde] bij vonnis, voorzover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, zal worden veroordeeld om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan haar te betalen:
- een bedrag van € 20.055,=, welk bedrag correspondeert met de waarde van de verduisterde telefoons;
- een bedrag van € 6.000,= vanwege de kosten van het interne onderzoek;
- een bedrag van € 2.010,69 vanwege buitengerechtelijke incassokosten;
- een bedrag van € 205,58 aan wettelijke rente over de periode vanaf 1 mei 2005 tot en met 11 juli 2005;
- de kosten van beslag ad € 179,42;
- de wettelijke rente over € 28.450,69 vanaf 11 juli 2005 tot aan de dag der algehele voldoening;
het een en ander met veroordeling van [Gedaagde] in de kosten van de procedure.
2.4
[Gedaagde] heeft tegen de vordering verweer gevoerd. In dit verweer ontkent [Gedaagde] zijn betrokkenheid bij de door Vodafone genoemde malversaties.
3. De beoordeling
3.1
In het door Vodafone overgelegde verslag van het door haar verrichte interne onderzoek naar vermeende malversaties blijkt op diverse plaatsen van (mogelijke) betrokkenheid van [Gedaagde] bij die malversaties. Zonder volledig te willen zijn kan worden gewezen op:
- de verklaring van de chauffeur [Naam chauffeur], welk bedrijf voor het transport van twee partijen toestellen (naar hetzelfde adres) heeft gezorgd en uit welke verklaring blijkt dat [Gedaagde] de wijziging van het afleveradres van een levering op 13 mei 2005 aan [Naam chauffeur] had doorgegeven;
- de bij de beide leveranties gehanteerde identieke werkwijze die op onderdelen kenmerkend afwijkt van de bij Vodafone gehanteerde standaardprocedures;
- het telefoonverkeer dat ten tijde van en in relatie tot deze leveranties heeft plaatsgehad met de mobiele telefoon van [Gedaagde] en diens vriendin;
- de omstandigheid dat in het door [Gedaagde] op zijn werkplek gebruikte emailprogramma Outlook bestanden zijn teruggevonden die op deze leveranties betrekking hebben;
- dat door [Gedaagde] kort na de tweede levering (in de nacht van 18 op 19 mei 2005) is gebeld naar een mobiel nummer van [een persoon] en dat via een van de bij die transacties uitgeleverde telefoontoestellen op 19 mei 2005 met hetzelfde nummer van die [persoon] is gebeld;
- dat bij de fraude-levering aan [naam bedrijf] gebruik is gemaakt van een op naam van [betreffende persoon] van dat bedrijf gesteld emailadres dat buiten deze [De persoon van dat bedrijf] om is aangevraagd en waarbij een wachtwoord "Vodafone1" is opgegeven.
3.2
[Gedaagde] heeft hiertegenover volstrekt onvoldoende gesteld.
Hij ontkent weliswaar zijn betrokkenheid en hij heeft betoogd dat ook anderen gebruik gemaakt zouden kunnen hebben van zijn mobiele telefoon en/of op zijn naam in het systeem van Vodafone ingelogd zouden kunnen hebben, maar daarmee ontkracht hij onvoldoende hetgeen Vodafone heeft aangevoerd en middels het onderzoeksrapport met bijlagen naar dezerzijds oordeel ook afdoende heeft gestaafd. De conclusie moet dan ook zijn dat [Gedaagde] onrechtmatig jegens Vodafone heeft gehandeld.
3.3
Eveneens is afdoende aangetoond dat Vodafone hierdoor schade heeft geleden. Door haar zijn onverplicht uitgeleverd 30 mobiele telefoons van het merk Samsung, type E810, alsmede 15 toestellen van het merk Nokia, type 6230. Deze toestellen, die niet teruggevonden zijn, vertegenwoordigen een waarde van € 499,= respectievelijk € 339,= per stuk. De totale waarde van de deze toestellen bedraagt € 20.055,=.
[Gedaagde] heeft de hoogte van deze door Vodafone gestelde en middels de door haar overgelegde producties onderbouwde schade niet betwist. Dit onderdeel van de vordering van Vodafone ligt dan ook voor toewijzing gereed.
3.4
Anders is dat met de overige onderdelen van Vodafone's vordering.
3.4.1
De vordering terzake de kosten van het interne onderzoek zijn door [Gedaagde] bestreden.
Vodafone heeft dit onderzoek laten uitvoeren door een van haar eigen medewerkers. Deze medewerker is haar salaris meer dan waard geweest. Het gaat echter te ver om die kosten voor rekening van [Gedaagde] te brengen. De kosten zijn immers te beschouwen als algemene overheadkosten van Vodafone. Dat daarnaast nog specifieke kosten zijn gemaakt is gesteld noch gebleken.
3.4.2
De vordering terzake buitengerechtelijke incassokosten is naar aard noch naar omvang gespecificeerd zodat ook dit onderdeel van de vordering niet voor toewijzing in aanmerking komt.
3.4.3
Niet valt in te zien op grond waarvan [Gedaagde] rente verschuldigd is vanaf 1 mei 2005.
De rentevordering zal worden toegewezen vanaf de datum van sommatie, 11 juli 2005.
3.4.4
Al het vorenstaande brengt met zich dat de vordering grotendeels moet worden toegewezen en dat [Gedaagde] als de in het ongelijk gestelde partij de kosten van dit geding dient te dragen, waaronder de kosten van het gelegde derdenbeslag.
4. De beslissing
De rechtbank:
veroordeelt [Gedaagde] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Vodafone te betalen een bedrag van € 20.055,=, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 11 juli 2005 tot de dag der algehele voldoening;
veroordeelt gedaagde in de aan de zijde van Vodafone gerezen proceskosten, deze tot aan dit vonnis begroot op € 625,= wegens griffierechten, € 261,82 wegens de kosten van beslag en € 1.737,= wegens salaris van de gemachtigde.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders gevorderde;
Dit vonnis is gewezen door mr. P.J.M. Bruijnzeels, rechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.