ECLI:NL:RBMAA:2006:AV4702
Rechtbank Maastricht
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Opheffing onrechtmatige op non-actiefstelling bedrijfsleider wijnhandel
De zaak betreft een kort geding tussen een bedrijfsleider van een wijnhandel en zijn werkgever, een besloten vennootschap. De bedrijfsleider werd op non-actief gesteld na een beoordelingsgesprek waarin hem werd medegedeeld dat hij niet aan de functie-eisen voldeed en dat het dienstverband beëindigd zou worden. De bedrijfsleider betwistte dit en vorderde opheffing van de op non-actiefstelling en onmiddellijke toelating tot zijn werkzaamheden.
De werkgever stelde dat de op non-actiefstelling gerechtvaardigd was vanwege disfunctioneren en het geschonden vertrouwen, en dat terugkeer tot onrust zou leiden. De voorzieningenrechter oordeelde dat de op non-actiefstelling geen wettelijke basis heeft en getoetst moet worden aan goed werkgeverschap (art. 7:611 BW Pro). De werkgever kon geen redelijke grond voor de op non-actiefstelling aantonen, noch dat toelating tot werk tot een onwerkbare situatie zou leiden.
De rechter verwierp het verweer dat disfunctioneren een onmiddellijke schorsing rechtvaardigt en oordeelde dat de bedrijfsleider niet zodanig slecht functioneerde dat terugkeer onmogelijk is. Ook werd geoordeeld dat de werkgever geen alternatieve taken hoefde te betalen, maar dat dit geen reden is om de werknemer niet toe te laten. De vordering tot wedertewerkstelling werd toegewezen, met een dwangsom bij niet-naleving, en de werkgever werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De op non-actiefstelling wordt opgeheven en de werknemer wordt met onmiddellijke ingang toegelaten tot zijn werkzaamheden.